Kerk en slavernij: verslag van HDC-seminar koloniale religiegeschiedenis 1 februari 2023

Published on: Feb 24, 2023
Written by: Fred van Lieburg

Op woensdagmiddag 1 februari 2023 organiseerde het HDC Centre for Religious History een open seminar over een van de zwaartepunten in onderzoek en onderwijs van het centrum: koloniale religiegeschiedenis. Aangezien Henk Niemeijer, die als Senior Researcher aan het HDC verbonden is, voor enkele weken in Nederland verbleef, was dit een uitgelezen kans hem een gastlezing te laten verzorgen over zijn werk in Indonesië. Bovendien is onlangs mede bij de Faculteit der Geesteswetenschappen (FGW) van de Vrije Universiteit het NWO-project ‘Church & Slavery in the Dutch Empire’ van start gegaan. Enkele onderzoekers waren uitgenodigd hun plannen en ideeën met de HDC-fellows en andere belangstellenden te delen. Zaal 14A20 was gevuld met ruim dertig aanwezigen, onder wie Huig de Koning die een verslag schreef voor het Reformatorisch Dagblad.

HDC-directeur Fred van Lieburg memoreerde de lange staat van dienst bij de afdeling geschiedenis op het betreffende aandachtsveld. Ooit verraste de bekende historicus A.Th. van Deursen zijn studenten met een werkcollege over ‘De Surinaamse negerslaaf in de negentiende eeuw’, waarover een artikel verscheen in het Tijdschrift voor Geschiedenis (1975). Zijn collega G.J. Schutte publiceerde veel over kerk en samenleving in VOC-gebieden, getuige de bundel ‘Het Indisch Sion’ (2002). Momenteel zijn het de VU-historici Dienke Hondius en Pepijn Brandon die een vooraanstaande rol spelen in het Nederlandse slavernijonderzoek, terwijl George Harinck, hoogleraar geschiedenis van het neocalvinisme, vanuit FGW/Religiegeschiedenis, samen met Annette Merz van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), leiding geeft aan het genoemde NWO-project over Kerk en Slavernij.

Om met dit nieuwe project te beginnen: historicus Vincent Laarman (FGW), nog maar een maand eerder begonnen als promovendus, hield zijn ‘maiden speech’ over de kernvraag van het onderzoek: hoe kon slavernij in de overzeese gebieden samengaan met de christelijke visie op de samenleving? Hij behandelde de opvattingen van de Zeeuwse predikant Godefridus Udemans (1581-1649) als ‘theologische blauwdruk’ van de legitimatie van slavernij, waarbij het onderscheid tussen lichamelijke en geestelijke vrijheid een belangrijke rol speelde. Kerkhistoricus Gert van Klinken (PThU) had al de aftrap gegeven met een verhaal over de overgangsfase in het protestantse denken onder invloed van de Verlichting. Onder de titel ‘Godgeleerdheid in beweging: slavernij en fysico-theologie’ liet hij aan de hand van de Groningse hoogleraar Jacobus Uilkens (1772-1825) zien hoe de notie van eerlijke en rationele arbeid consequenties had voor de academische vorming van predikanten, de financiering van het kerkelijk leven en de mensonterende praktijk van de koloniale economie. De negentiende eeuw kwam aan bod in de grondige uiteenzetting van Martijn Stoutjesdijk (PThU), die als postdoc-onderzoeker in het project de theologische fundering van het uiteindelijk ook in protestants Nederland doorbrekende abolitionisme ontrafelt. Hij toonde aan dat het failliet van een bijbelse legitimatie – onder meer bij Nicolaas Beets (1814-1903) – plaats maakte voor een beroep op de ‘Geest des Christendoms’, een hegeliaans begrip dat voor velerlei uitleg vatbaar was. Daarmee trok de spreker meteen de lijn door naar de actuele uitdaging de Bijbel niet te laten buikspreken in debatten over slavernij, racisme en duurzaamheid.

De tweede helft van deze bijeenkomst was een ware rentree van Henk Niemeijer aan zijn ‘alma mater’. Als leerling van de bovengenoemde VU-coryfeeën Van Deursen en Schutte promoveerde hij in 1996 op een studie over zeventiende-eeuws Batavia, waarna hij zijn loopbaan vervolgde in Kampen, Leiden en Djakarta. Met de zendingshistorici Tom van den End – deze middag aanwezig! – en wijlen Pieter Holtrop was Henk jarenlang de drijvende kracht achter de Werkgroep voor de geschiedenis van de overzeese kerken (waarvan het archief bij het HDC berust…). Hier volgt de samenvatting van zijn zeer informatieve lezing, waarvan de powerpointpresentatie hier toegankelijk is.

“Indonesië is een land met 282 miljoen inwoners waarvan naar schatting 12-15% protestant of katholiek is. Dat betekent dat een op de 8-9 Indonesiërs christelijk is. Dat is in cijfers anderhalf keer de bevolking van het geseculariseerde Nederland. Het Indonesische christendom is grotendeels gëent op het Nederlandse protestantisme en katholicisme. Er is derhalve sprake van een enorm omvangrijk "gedeeld erfgoed". Zowel van de kerken onder de VOC (1602-1799) als die onder de koloniale staat Nederlands-Indië (1816-1945) zijn nog grote hoeveelheden archieven, kranten en tijdschriften, fotocollecties en beeldmateriaal in Indonesië te vinden. Dit erfgoed ligt verspreid in kerken en oude gebouwen en is moeilijk toegankelijk. Het meeste is in de Nederlandse taal, hetgeen een extra barrière opwerpt voor Indonesische onderzoekers. De eerste documentatiecentra in Indonesië zijn inmiddels een feit. Het "Pusat Dokumentasi UKDW" van de Christelijke Universiteit "Duta Wacana" (1962) is actief in het op orde brengen van de eigen archieven en oude collecties. Er is een actieplan ontwikkeld voor het inventariseren en digitaliseren van de archieven van de 12 kerken op Midden- en Oost-Java die de theologische faculteit ondersteunen. Ook het "Pusat Dokumentasi Sejarah Gereja di Indonesia", PDSGI (Centrum voor Kerkgeschiedenis in Indonesië) van de Theologische Academie in Jakarta is digitaal gegaan en online met diverse collecties van de voormalige Protestantse Kerk van Nederlands-Indië (PKNI). De Gereja Protestan Maluku (GPM te Ambon) heeft eveneens een begin gemaakt met de publicatie van 40.000 scans online van merendeels 19e en vroeg-20ste-eeuwse archieven die tijdens een project met het Nationaal Archief te Den Haag in diverse kerken op diverse eilanden werden gevonden.

Ondanks deze goede start is er nog een lange weg te gaan. Van de 95 kerkelijke organisaties die lid zijn van de Indonesische Gemeenschap van Kerken (PGI, Persekutuan Gereja-gereja di Indonesia) heeft er niet een een archiefmanagement plan. Er zijn geen regels voor archiefbeheer en jaarlijkse verdwijnen er enorme hoeveelheden informatie. Er is geen selectieproces betreffende wat historisch waardevol is om te bewaren en wat kan worden weggegooid. Het is daarom nodig dat ook Nederlandse documentatiecentra zoals het HDC en het KDC meedoen aan kennisoverdracht en aanleg van (digitale) infrastructuur. Het is tekenend dat van de tientallen christelijke universiteiten in Indonesië er niet een is met een goed ontwikkelde letterenfaculteit, of een vakgroep geschiedenis. De belangstelling voor de eigen geschiedenis is echter groeiende, nu men aankijkt tegen bijna tachtig jaren van (ook kerkelijke) onafhankelijkheid. Met name het eigen verleden van de jaren vijftig, zestig en zeventig is letterlijk snel aan het vervagen en verbrokkelen.

Voor het HDC ligt hier een mooie kans om te groeien. Waar in de jaren tachtig het HDC de identiteit versterkte met het thema "Een land nog niet in kaart gebracht" (de titel van een bundel van Jan de Bruijn uit 1987), doet die kans zich nu eveneens voor met Indonesië.”

Het HDC ziet terug op een vruchtbare bijeenkomst en zal nog regelmatig op dit terrein van zich laten horen. In juni verschijnt een bundel over Kerk en slavernij als Jaarboek Geschiedenis van het Nederlandse protestantisme, geredigeerd door Bente de Leede en Martijn Stoutjesdijk. Wie donateur is van het HDC, ontvangt dit jaarboek als relatiegeschenk.

OTAP_STATE